Regelmatig horen we in het nieuws over stakingen vanwege werkdruk. Zo legden recent chauffeurs van regionale vervoerders het werk neer. Ook nu weer was het doel om aandacht te vragen voor een nieuw en verbeterde CAO. Vrijwel altijd zijn de onderwerpen van verbetering het pleiten voor loonsverhoging en een verlaging van de werkdruk. Ook eisten de chauffeurs uit de meest recente staking meer pauzes en plaspauzes.

Ook in het onderwijs en in de zorg werd het afgelopen jaar veel gesproken over werkdruk. Onderzoeker Wendela Hooftman van TNO doet onderzoek naar werksituaties. Volgens haar geven steeds meer mensen aan last te hebben van een te hoge werkdruk. Of deze werkdruk ook daadwerkelijk toeneemt, trekt zij in twijfel:

“Werkdruk is niet hetzelfde als het druk hebben op je werk. Je werkdruk gaat over hoeveel je te doen hebt en over hoeveel je daar zelf in kan bepalen. Wat je ziet is dat er niet veel verandering in is gekomen de afgelopen jaren. Misschien is het nèt wat drukker maar de verschillen zijn niet zo schokkend.”

Geen keuze

Wat je ziet is dat het algehele gevoel van werkdruk toeneemt door verschillende soorten druk. We zijn over het algemeen gewoon erg druk en gehaast. Wanneer je daarbij het gevoel hebt dat dingen je constant overkomen en je geen keuze hebt, wordt de druk beduidend hoger. In de training ‘Van Werkdruk naar Werkgeluk’ wordt dan ook veel aandacht besteed aan het terugpakken van je eigen regie. Zelf weer aan het roer staan en keuzes maken waar je je zelf goed bij voelt. Wanneer je het gevoel hebt dat je zelf veel meer bepaalt wat je doet, hoe minder je last hebt van het gevoel dat alles moet.

Volgens Wendela Hooftman van TNO is het onderwerp werkdruk een taboe. “Het belangrijkste is dat we het er met zijn allen over eens zijn dat werkdruk een thema is waarbij je eerlijk kan zeggen dat je problemen ervaart. Op het moment dat hier erkenning voor is ontstaat de mogelijkheid om hier in gesprek over te gaan. Pas dan kan er echt wat aan worden gedaan. Er kan dan worden gekeken naar een oplossing”, aldus Hooftman.

Bron: Eén vandaag – 4 januari 2018